Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014
Onder 3.4.1 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:55.
Op grond van het eerste gedeelte van artikel 3, lid 1, onderdeel a, van de Wet KSB wordt in de gevallen waarin de kansspelbelasting wordt geheven van - voor zover hier van belang - de exploitant van een kansspelautomaat, geheven naar het verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen (de bruto spelopbrengst). Uit de tekst volgt niet wie de inzetten moet hebben ontvangen, noch wie de prijzen ter beschikking moet hebben gesteld. Mij dunkt dat dat ook niet relevant is voor de bepaling van de heffingsmaatstaf, omdat de bepaling van die maatstaf een andere 'grootheid' is dan de aanwijzing van de persoon van de belastingplichtige. Dat neemt niet weg dat het mij begrijpelijk voorkomt dat voor de heffing wordt aangeklopt bij de eigenaar van die kansspelautomaten. Dit sluit ook aan bij hetgeen is opgemerkt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eccbe98d9552c307317ea28553891c78259d406c9212813fc4d9bf665e0201a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eccbe98d9552c307317ea28553891c78259d406c9212813fc4d9bf665e0201a3, en de alinea staat in dat document op bytes 62880 tot 63799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eccbe98d9552c307317ea28553891c78259d406c9212813fc4d9bf665e0201a3 | shasum -a 256