Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:580.

Wat betreft de onder (a) genoemde maatstaf, die ook voorkomt in het (in deze zaak niet toepasselijke) eerste lid van art. 810a Rv: uit de tekst en wetsgeschiedenis van de bepaling is in de vakliteratuur wel afgeleid dat de ouder het verzoek om een nader deskundigenonderzoek dient te motiveren en zo concreet mogelijk dient aan te geven op welk(e) punt(en) het nadere onderzoek zich zou moeten richten. De eis dat het onderzoek mede tot beslissing van de zaak kan leiden, betekent dat het onderzoek een vraag moet betreffen die relevant is voor het oordeel van de rechter in de desbetreffende zaak . Daarbij kan het gaan om zaken die naar de mening van de ouder in het rapport van de Raad voor de kinderbescherming ten onrechte niet of niet voldoende zijn behandeld, maar noodzakelijk is dit niet: het verzoek om een contra-expertise mag ook betrekking hebben op het verkrijgen van een ‘second opinion’ van een andere deskundige over een onderwerp waarover (een deskundige van) de Raad van de kinderbescherming in zijn rapport al een oordeel heeft uitgesproken. J.E. Doek lijkt het van belang, dat bij afwijzing van het verzoek om contra-expertise wordt uiteengezet waarom het uitblijven van het verzochte deskundigenonderzoek niet in strijd is met het beginsel van ‘equality of arms’ .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad3d6635d3e49491aeb276c5dbe4431c1ff5ccba67f3e87888d8d64a8c2add3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad3d6635d3e49491aeb276c5dbe4431c1ff5ccba67f3e87888d8d64a8c2add3, en de alinea staat in dat document op bytes 22467 tot 23901.