Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2014
Onder 5.7 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:585.
Degenen die reeds tijdens hun leven de vormen waarin verzorging van hun nabestaanden zal plaatsvinden, wensen vast te leggen, zullen veelal de samenstelling van hun vermogen aan de evenbedoelde doeleinden hebben aangepast. Echter kan dit ook achterwege zijn gebleven, in het bijzonder in gevallen waarin het vermogen het bedrijfskapitaal van een onderneming vormt. Ten einde te voorkomen dat de vraag wat fiscaal het meest voordelig is, een te grote betekenis zou krijgen, menen de ondergetekenden dat het juist is voor andere verkrijgingen dan pensioen, de vrijstelling te binden aan een vast maximum, zonder differentiatie naar de aard van de verkrijging. Aan een bijzonder regime voor een door de weduwe krachtens levensverzekering of derdenbeding verkregen lijfrente is in deze opzet geen behoefte meer. Rekening houdende met de plicht de nabestaanden te verzorgen en hun een zoveel mogelijk gelijkwaardige plaats in de maatschappij te doen behouden, zijn de ondergetekenden van oordeel dat een bedrag van f 250 000 als algemene vrijstelling voor verkrijgingen tussen echtgenoten voldoende moet worden geacht.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ae1c847eaab98802100e748ff5aae60548405b196ae3875b1fa58954dc7d83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ae1c847eaab98802100e748ff5aae60548405b196ae3875b1fa58954dc7d83, en de alinea staat in dat document op bytes 48750 tot 49879.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09ae1c847eaab98802100e748ff5aae60548405b196ae3875b1fa58954dc7d83 | shasum -a 256