Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:6.
Bij de beoordeling van het subonderdeel (en van de subonderdelen 3.2 en 3.3) stel ik voorop dat, mede tegen de achtergrond van het hiervóór (onder 3.17-3.19) geschetste partijdebat (dat geheel los stond van het debat over de uit de vernietiging van de beslissing op bezwaar al dan niet af te leiden onrechtmatigheid van die beslissing jegens [verweerster]), niet geheel duidelijk is welke betekenis het hof heeft toegekend aan de vraag of de burgemeester wel of niet goede redenen had om op grond van de Bibob-adviezen de gevraagde vergunningen met toepassing van art. 1.7 van de APV te weigeren. Reeds in rov. 3.5 lijkt het hof immers de conclusie te hebben getrokken dat het besluit van 11 augustus 2008 ook jegens [verweerster] onrechtmatig was. Daarbij heeft het hof blijkens rov. 3.4 mede in aanmerking genomen dat de burgemeester het primaire besluit in bezwaar heeft gehandhaafd, ondanks de in de bestuursrechtelijke procedure door [betrokkene 1] betwiste (en door de voorzieningenrechter betwijfelde) toepasbaarheid van art. 1.7 APV. Niettemin heeft het hof het nodig geoordeeld het desbetreffende standpunt van de Gemeente te bespreken, vooraleer in rov. 3.8 (opnieuw) te concluderen dat het besluit op bezwaar van 11 augustus 2008 ook jegens [verweerster] onrechtmatig was. Daarom begrijp ik het bestreden arrest aldus, dat het hof, indien het de Gemeente in het betrokken standpunt had moeten volgen, onder de dán gegeven omstandigheden van het geval het besluit van 11 augustus 2008 niet ook jegens [verweerster] onrechtmatig zou hebben geacht. Dat zou overigens in overeenstemming zijn met rov. 3.4, waaruit blijkt dat in de gedachtegang van het hof met het oog op de (on)rechtmatigheid van de beslissing op bezwaar jegens [verweerster] betekenis toekomt aan de bij [betrokkene 1] en de voorzieningenrechter levende en aan de Gemeente bekende bedenkingen over de toepasbaarheid van art. 1.7 APV; in de kennelijk door het hof gevolgde gedachtegang ligt het niet voor de hand dat aan die bedenkingen ook dan betekenis zou toekomen, als zou moeten worden aangenomen dat [betrokkene 1] en de voorzieningenrechter, wat de toepasbaarheid van art. 1.7 APV betreft, het bij het verkeerde eind zouden hebben gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075e9c2384b4e1378805e7657b9101479b09263b299602421da2c4716e618664. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075e9c2384b4e1378805e7657b9101479b09263b299602421da2c4716e618664, en de alinea staat in dat document op bytes 83022 tot 85256.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/075e9c2384b4e1378805e7657b9101479b09263b299602421da2c4716e618664 | shasum -a 256