Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:615.

Zoals ik reeds heb uiteengezet in mijn conclusie (ECLI:NL:PHR:2014:186) voor HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1335, is art. 2:216 BW bij de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (die beide op 1 oktober 2012 in werking zijn getreden) herzien. Waar op grond van art. 2:216 lid 2 (oud) BW uitkeringen slechts kunnen worden gedaan voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden, is krachtens het huidige art. 2:216 lid 1 BW een dividenduitkering mogelijk voor zover het eigen vermogen de wettelijke en statutaire reserves overstijgt (de zogenaamde beperkte balanstest) . Daarbij stelt het huidige art. 2:216 lid 2 BW een besluit tot uitkering (van de algemene vergadering van aandeelhouders of van een ander daartoe door de statuten aangewezen orgaan) wel afhankelijk van goedkeuring door het bestuur; het bestuur zal die goedkeuring slechts weigeren, als het weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de vennootschap na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden (de zogenaamde uitkeringstest). Sluitstuk op de herziene regeling is de in het huidige art. 2:216 lid 3 BW geregelde (interne) aansprakelijkheid van de bestuurders en degene die de uitkering ontving, indien de vennootschap na een uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden en de genoemde betrokkenen zulks wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien. Overigens werd ook onder art. 2:216 (oud) BW aangenomen dat de belangen van derden of het belang van de continuïteit van de vennootschap zich tegen een door die bepaling op zichzelf toegelaten dividenduitkering konden verzetten . Ook onder het regime van art. 2:216 (oud) BW ging het uiteindelijk erom of de continuïteit van de vennootschap na de uitkering in gevaar zou komen . In verband met dit één en ander is van belang dat uit de door de man overgelegde geconsolideerde balans per 31 december 2012 blijkt dat de per 31 december 2011 respectievelijk 31 december 2012 bestaande voorzieningen (ter zake van pensioen- en stamrechtverplichtingen) het groepsvermogen per die data steeds ruimschoots overtreffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65a1530ecb79e2abdada12788ffe94a47fcd38088cea075d03bac8195586376e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65a1530ecb79e2abdada12788ffe94a47fcd38088cea075d03bac8195586376e, en de alinea staat in dat document op bytes 32304 tot 34889.