Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:618.
Met betrekking tot de procesvoering geldt onder meer dat de door de in het geding verschenen gedaagde(n) tegen de eis gevoerde verweren in beginsel niet ten voordele werken van de gedaagde(n) tegen wie verstek is verleend. Dit is slechts anders als sprake is van een rechtsbetrekking tussen partijen die verplicht tot een voor alle gedaagden gelijke beslissing. Het gaat dan om het uitzonderlijke geval van processuele ondeelbaarheid en bij ambtshalve door de rechter te hanteren weren . Bij een vordering tegen meer dan één (hoofdelijk verbonden) schuldenaar behoeft overigens niet tegen alle schuldenaren in dezelfde zin te worden beslist .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f253f36b9256c7455dca487eb81ce94000ec8d2100cd20566f5bcb52631f132e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f253f36b9256c7455dca487eb81ce94000ec8d2100cd20566f5bcb52631f132e, en de alinea staat in dat document op bytes 15581 tot 16364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f253f36b9256c7455dca487eb81ce94000ec8d2100cd20566f5bcb52631f132e | shasum -a 256