Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:618.

Volgens Gras is de regel van art. 140 lid 2 (oud) Rv. “een fictie met betrekking tot het meest principiële aspect dat de civiele procedure te bieden heeft: hoor en wederhoor.” Z.i. kan het voorkomen dat zowel de inleidende dagvaarding als het vonnis niet in persoon zijn betekend met als gevolg dat een partij kan worden geconfronteerd met een vonnis dat onaantastbaar kan zijn geworden louter door het verloop van drie maanden na de uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f253f36b9256c7455dca487eb81ce94000ec8d2100cd20566f5bcb52631f132e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f253f36b9256c7455dca487eb81ce94000ec8d2100cd20566f5bcb52631f132e, en de alinea staat in dat document op bytes 22141 tot 22604.