Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.

Ingevolge art. 361 lid 3 Sv - ook van toepassing in hoger beroep (art. 415 lid 1 Sv) - kan de rechter ambtshalve of op verzoek van de verdediging of op vordering van de advocaat-generaal bij het hof bepalen dat de benadeelde partij deels of geheel niet in de vordering kan worden ontvangen, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Deze maatstaf is ingevoerd bij de op 1 januari 2011 in werking getreden Wet versterking positie slachtoffer in het strafproces (Stb. 2010, 1) en kent onmiddellijke werking. Met deze nieuwe, aan het onderzoeksproject Strafvordering 2001 ontleende maatstaf is beoogd, zo volgt uit de wetsgeschiedenis:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 54464 tot 55227.