Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Alinea 161 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.

Het gaat derhalve om een kostenvergoeding waarbij de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt voor rekening kan laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte (art. 237 lid 1 Rv). Bij vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand als bedoeld in art. 592a Sv geldt derhalve kort gezegd dat de rechter met die kosten volledig rekening dient te houden, tenzij het onnodig gemaakte kosten betreft. Voorts is de rechter bij de beslissing tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand niet gebonden aan het in overleg tussen de Nederlandse Orde van Advocaten en vertegenwoordigers van de rechterlijke macht vastgestelde "Liquidatietarief rechtbanken en hoven" - voor zover deze richtlijn zich al leent voor directe toepassing op de door een raadsman verrichte werkzaamheden ten behoeve van een benadeelde partij die zich in het strafproces heeft gevoegd - reeds omdat dit geen recht is in de zin van art. 79 RO.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 67511 tot 68660.