Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014
Alinea 281 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.
Vervolgens wijdt het Hof een aantal overwegingen aan de genoemde posities b. en c., waarbij het Hof tot de vaststelling komt dat de ouders zich in die hoedanigheden niet kunnen voegen in het strafproces, kort gezegd omdat zij in die hoedanigheid niet zijn aan te merken als degenen die rechtsreeks schade hebben geleden door het strafbare feit, zodat zij niet aan de in art. 51f Sv gestelde voorwaarde voor voeging voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 126494 tot 126930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8 | shasum -a 256