Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 18.6. Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.

Het in het thans berechte geval ‘inlezen’ in de overwegingen van het Hof, dat de gevorderde (materiële) schadeposten slechts de ‘eigen kosten’ van de ouders betroffen, lijkt mij niet goed mogelijk, als daarbij wordt betrokken wat daaromtrent is aangevoerd namens de benadeelde partijen en ook de aard van de schadeposten in aanmerking nemend. Zo komt het mij - ik noem een voorbeeld - niet op het eerste oog vreemd of onmogelijk voor om de gevorderde extra kosten voor een andere oppas aan te merken als schade die daadwerkelijk door het kind is geleden en die, vanuit hun positie als wettelijk vertegenwoordiger, door de ouders kan worden ‘teruggevorderd’ van de verdachte. Hetzelfde geldt voor nieuw meubilair dat is aangeschaft ter vervanging van dat waarop het seksueel misbruik zich heeft afgespeeld. Wellicht kunnen sommige posten ook als schadebeperkende maatregel gezien worden, te weten kosten gemaakt ter beperking van (geestelijke) schade van het kind, hetgeen die kosten ook voor vergoeding vatbaar zou maken. Bij andere gevorderde posten komt bij het aannemen van causaal verband een grens in beeld, zoals bij kosten van therapie voor de ouders. Een aantal posten valt waarschijnlijk niet onder - al dan niet verplaatste - schade van het kind, zoals gederfde inkomsten van de ouders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 142541 tot 143992.