Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.

7.4. Deze klacht is ongegrond. Met de bewezenverklaring van de telkens “op tijdstippen in de periode (…)” begane feiten in samenhang bezien met ’s Hofs bewijsvoering en kwalificatie, heeft het Hof onmiskenbaar bedoeld dat verdachtes gepleegde handelingen jegens deze kinderen meermalen mede het seksueel binnendringen omvatten, maar dat niet is vastgesteld dat iedere keer dat het kind werd misbruikt exact dezelfde seksuele handelingen werden verricht. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Ten laste van verdachte is in zoverre ook niet iets anders bewezen verklaard dan hem ten laste is gelegd, zodat van grondslagverlating geen sprake is. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 19622 tot 20315.