Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:632.
8.3. Art. 248 Sr bevat strafverzwarende omstandigheden bij de misdrijven tegen de zeden. Tot 1 januari 2010 zag deze strafverzwaringsgrond alleen op het ingetreden gevolg, maar sinds die datum zijn daaraan andere gronden toegevoegd. De strafverzwaring verschilt sindsdien naar gelang het aantal daders (lid 1), de relatie tot het slachtoffer (lid 2) en het ingetreden gevolg; ten hoogste 15 jaar bij zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar en 18 jaar bij de dood (lid 3 en 4). Het Hof heeft bij de feiten 2, 3, 4, 9, 10, 11, 39 en 45 - voor zover deze feiten zijn begaan vanaf 1 januari 2010 - als grond voor strafverzwaring in aanmerking genomen dat het zedendelict is begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. De maximumstraf kan dan met een derde worden verhoogd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8, en de alinea staat in dat document op bytes 23485 tot 24427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fee9bb3b6f50d509673b03032a5038f9997ad59e22eea87f9ff1d7661570b5c8 | shasum -a 256