Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:650.
In het tenlastegelegde onder 1 wordt aan verdachte enerzijds tenlastegelegd het "opzettelijk voordeel trekken" (artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafrecht), terwijl anderzijds niet alleen wordt gesteld dat verdachte de herkomst "wist" maar ook dat hij die herkomst "althans redelijkerwijze moest vermoeden" (vergelijk artikel 417bis, tweede lid, Wetboek van Strafrecht). Voor wat betreft deze bewoordingen zal het hof - mede gelet op de vermelding van "artikel 416 lid 2 Wetboek van Strafrecht" op de inleidende dagvaarding de dagvaarding partieel nietig verklaren, nu hierin geen uitwerking kan worden gezien van "opzettelijk".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0eddfa8295345f9331d10eb248d2d4b3fe40275c2126f4ac41a8976b2e57f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0eddfa8295345f9331d10eb248d2d4b3fe40275c2126f4ac41a8976b2e57f49, en de alinea staat in dat document op bytes 7419 tot 8066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0eddfa8295345f9331d10eb248d2d4b3fe40275c2126f4ac41a8976b2e57f49 | shasum -a 256