Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:652.
3.6. In de schriftuur worden de door het hof gebezigde bewijsmiddelen besproken en wordt erop gewezen dat onduidelijk is of het door [slachtoffer] opgelopen letsel het gevolg is geweest van het rechtmatige door verdachte slaan met de parasolstok. Deze slagen met de parasolstok zijn toegebracht terwijl de medeverdachte nog niet aanwezig was. Van medeplegen was toen dus nog geen sprake. Het hof heeft wel dit onderdeel van de verklaring van verdachte onder bewijsmiddel 1 opgenomen, zodat moet worden aangenomen dat dit onderdeel van die verklaring volgens het hof redengevend is voor het bewijs. In bewijsmiddel 2 verklaart verdachte nader over het geweld dat zij tegen [slachtoffer] heeft gebruikt voordat haar vriend was teruggekeerd. Zij zegt daar dat zij de ander ook nog heeft geschopt en dat ze hem raakte aan de rechterkant van zijn gezicht. De eerste klap was met de parasol. Zij heeft toen gezien dat er bloed uit zijn neus kwam en uit zijn mond. Ze heeft de man twee of drie keer in zijn gezicht geslagen. Ook dit geweld is dus uitgeoefend zonder dat de vriend van verdachte daarbij betrokken was. In bewijsmiddel 3 heeft de medeverdachte gezegd dat hij telefonisch is gealarmeerd door verdachte en dat hij toen is terug gerend. De medeverdachte heeft geprobeerd te voorkomen dat de man weg zou gaan en daarbij ontstond een worsteling. De medeverdachte heeft de man een trap gegeven in zijn maag en heeft hem twee keer met zijn vuist geslagen. De medeverdachte is getraind in vechtsporten. Vervolgens heeft verdachte nog geslagen met de parasolstok op gezicht en lichaam. Zij heeft [slachtoffer] ook nog geschopt in zijn buik en zijn gezicht. [slachtoffer] zelf heeft in bewijsmiddel 4 verklaard dat hij in de richting van zijn auto liep en dat toen de medeverdachte er aan kwam en hem een karatetrap gaf tegen zijn hoofd gaf, waardoor hij ten val kwam. Daarna kreeg hij weer een trap in zijn rechterzij, wat hem erg pijn deed. Vervolgens moest het meisje van de jongen hem ook aanpakken en dat heeft zij gedaan. Zij ging onder meer aan zijn oor hangen waardoor zijn linker oorlel scheurde. Ook uit deze verklaring blijkt dat een deel van het geweld is gepleegd door de medeverdachte toen deze [slachtoffer], die zich al had verwijderd van het strandje, tegenkwam, zonder dat verdachte daarbij betrokken is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6083982524bc4c19e81d1eb5caad1d384daf545e9d4ee379c0bb4a99202d8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6083982524bc4c19e81d1eb5caad1d384daf545e9d4ee379c0bb4a99202d8a, en de alinea staat in dat document op bytes 16610 tot 18950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc6083982524bc4c19e81d1eb5caad1d384daf545e9d4ee379c0bb4a99202d8a | shasum -a 256