Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:652.

3.8. De schriftuur wijst mijns inziens terecht op de onvolkomenheden in de bewijsvoering. In de eerste plaats veroordeelt het hof verdachte kennelijk voor geweld dat in de ogen van het hof zelf gerechtvaardigd was. In de tweede plaats is niet duidelijk welke gevolgen dit gerechtvaardigde geweld heeft gehad. De vraag is immers of de bewezenverklaarde gevolgen niet geheel of gedeeltelijk door dit gerechtvaardigde geweld zijn teweeggebracht. Dit eerste geweld is door verdachte alleen gebruikt. Vervolgens gebruikt de vriend van verdachte geweld tegen [slachtoffer], maar zonder dat het hof heeft vastgesteld dat verdachte daarbij op enigerlei wijze betrokken was. Het bewijs voor het medeplegen is tot dan toe ontoereikend. Daarna is er wel sprake van een gezamenlijk optreden, maar welke gevolgen door dat optreden zijn veroorzaakt heeft het hof niet vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6083982524bc4c19e81d1eb5caad1d384daf545e9d4ee379c0bb4a99202d8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6083982524bc4c19e81d1eb5caad1d384daf545e9d4ee379c0bb4a99202d8a, en de alinea staat in dat document op bytes 19518 tot 20397.