Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Onder 25. Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:657.

Ik wil aangifte doen van het feit dat van [ons kind] [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2006, pornografische opnamen zijn gemaakt door een man die wij kennen als [verdachte]. Mocht het zo zijn dat blijkt dat deze opnamen ook verspreid zijn of dat hij [ons kind] seksueel misbruikt heeft, willen we dat hij daar ook voor gestraft wordt. Politieagenten hebben verteld dat er pornografische opnamen van mijn kinderen zijn gemaakt. Wij wonen in de [a-straat] in Spijkenisse. Bij ons in de wijk zijn een aantal kinderen in de leeftijd van (…) [slachtoffer 1] die met elkaar spelen. [betrokkene 1], de zoon van [verdachte] en [betrokkene 2], maakt ook deel uit van dat groepje kinderen. De kinderen spelen bij [verdachte] en [betrokkene 2] binnen en in de tuin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7, en de alinea staat in dat document op bytes 30848 tot 31627.