Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Onder 28. Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:657.

Met de tweede deelklacht, over de begindatum van de bewezen verklaarde periode, heeft de steller van het middel in beginsel wel een punt. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan namelijk niet worden afgeleid wanneer de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Het hof heeft kennelijk op basis van het in bewijsmiddel 23 verwoorde vermoeden geoordeeld dat verdachte de kinderpornografische foto’s van het slachtoffer op 24 mei 2010 heeft gemaakt, hetgeen niet onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat het slachtoffer is geboren op 23 november 2006 en haar leeftijd op de foto’s op ongeveer vier jaar wordt geschat. Maar de steller van het middel betoogt terecht dat het feit dat verdachte op die datum kinderpornografische foto’s van het slachtoffer heeft gemaakt niet zonder meer betekent dat de ontucht op die datum een aanvang heeft genomen. De gebezigde bewijsmiddelen sluiten niet uit dat de ontuchtige handelingen reeds daarvoor, dus voor de bewezen verklaarde periode hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7, en de alinea staat in dat document op bytes 44795 tot 45815.