Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Onder 29. Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:657.

Naar het niet onbegrijpelijke en voldoende gemotiveerde oordeel van het hof staat vast dat verdachte op enig moment de bewezen verklaarde ontuchtige handelingen bij het slachtoffer heeft gepleegd. Uit het feit dat het slachtoffer hierover zelf heeft verklaard, kan worden geconcludeerd dat het moet zijn gebeurd op een moment dat zij een leeftijd had die haar in staat stelde een bewuste herinnering te produceren. Gelet op haar geboortedatum stel ik voor dat de Hoge Raad de bewezenverklaring verbeterd leest, in die zin dat de pleegperiode overeenkomstig de tenlastelegging luidt “tussen 1 januari 2009 en 10 februari 2011”. Hierdoor worden de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aangetast en vervalt het belang bij cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a12defc21552e72076e23a132d29e7b4707ffd869a158367a8aba5ed379818a7, en de alinea staat in dat document op bytes 45894 tot 46672.