Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:66.

Beslissend voor het doen van de mededeling van de betalingsonmacht is de dag waarop de belasting uiterlijk had moeten zijn betaald. Artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalt dat, in de gevallen waarin de belastingwet voldoening van in een tijdvak verschuldigd geworden belasting of afdracht van in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte voorschrijft, de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, gehouden is de belasting binnen een maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen, terwijl op grond van artikel 9, derde lid, van de Invorderingswet 1990, de termijn voor de betaling van naheffingsaanslagen een termijn van 14 dagen geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b11c337763415c89f36594cd1882a6e78af2d6871a8dd2ccf0a9adee1e240af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b11c337763415c89f36594cd1882a6e78af2d6871a8dd2ccf0a9adee1e240af, en de alinea staat in dat document op bytes 87943 tot 88695.