Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:66.

In de in artikel 7 UB IW opgenomen meldingstermijn voor betalingsonmacht van twee weken na het voldoeningstijdstip, wordt geen rekening gehouden met het per individueel geval te bepalen tijdstip van het ontstaan van betalingsonmacht. Het kan zich echter wel eens voordoen dat er meteen na die termijn van twee weken nog geen sprake is van betalingsonmacht, maar de belasting aanvankelijk om een andere reden niet werd voldaan, terwijl de betalingsonmacht pas later is ontstaan, zodat pas dan is voldaan aan de wettelijke tweede cumulatieve voorwaarde. Het komt mij voor dat in een dergelijk geval een belanghebbende zich, onder omstandigheden, kan beroepen op de wettelijke regeling. Ik ben het op zichzelf dus wel eens met de stelling van belanghebbende dat de verplichting om onverwijld melding van betalingsonmacht te doen wettelijk pas ontstaat op het moment dat er sprake is van betalingsonmacht, zodat de uitvoeringsregeling daaraan niet kan afdoen ten nadele van een belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b11c337763415c89f36594cd1882a6e78af2d6871a8dd2ccf0a9adee1e240af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b11c337763415c89f36594cd1882a6e78af2d6871a8dd2ccf0a9adee1e240af, en de alinea staat in dat document op bytes 131345 tot 132539.