Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 32. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:674.

De rechter dient de gronden van de beslissing in de uitspraak te vermelden (art. 30 en 230 lid 1 onder e Rv). De rechter dient derhalve zijn beslissing te motiveren. Tot de grondbeginselen van een goede procesorde behoort immers ook dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – in geval van openstaan van hogere voorzieningen: de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken. (HR 4 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0986, NJ 1993/659 m.nt. D.W.F. Verkade.) Uit deze motiveringsplicht vloeit ook voort dat de rechter essentiële stellingen niet onbesproken mag laten. Deze regel geldt ook bij de beoordeling van een beroep op art. 6:248 lid 2 BW. (HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4151, NJ 2005/271, rov. 3.3.2; HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9891, RvdW 2012/321.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15, en de alinea staat in dat document op bytes 86645 tot 87633.