Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 46. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:674.

Hoe dit ook zij, ook met betrekking tot opzegging op grond van art. 30 (thans art. 35) ABV geldt dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid gelet op de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar kan zijn. Bij de opzegging dient de bank ook te handelen in overeenstemming met de zorgplicht die is neergelegd in art. 2 ABV. In dit verband is met name van belang dat de opzegging van de kredietrelatie voor de wederpartij van de bank verstrekkende gevolgen kan hebben. Tegen een willekeurig gebruik van de opzeggingsbevoegdheid moet daarom worden gewaakt. Zie hiervoor onder 13 en verder M.A.L.M. Willems & J.W. Achterberg, Algemene Bankvoorwaarden (ABV). Tekst & Toelichting, 2012, p. 138-145. Vgl. ook A.J. Verdaas, De bancaire kredietovereenkomst, Ars Aequi Libri 2012, p. 76; F. Molenaar, H.J. Pabbruwe & W.H.G.A. Filott, Kredietverlening, 2001, p. 67-69; W.H.G.A. Filott, Algemene bankvoorwaarden, 2000, p. 40-44; W.J. Slagter, Commentaar op de Algemene Bankvoorwaarden, NIBE 1999, p. 157-163.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15, en de alinea staat in dat document op bytes 109473 tot 110517.