Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 9. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:674.

[verweerster] c.s. hebben in hun schriftelijke toelichting vooropgesteld dat zij de indruk krijgen dat ING Bank in deze procedure vooral enkele principiële vragen beantwoord zou willen zien over de beëindiging van kredietrelaties op grond van algemene voorwaarden en dat gelezen in samenhang met (vooral) de memorie van antwoord met name het arrest van het hof Arnhem van 18 februari 2003 inzake Rabobank/Aarding (ECLI:NL:GHARN:2003:AF5233) ING Bank dwars lijkt te zitten. [verweerster] c.s. betogen dat deze zaak zich nu juist niet leent voor de beantwoording van dergelijke principiële vragen omdat het hof – anders dan de rechtbank – nu juist niet de door het hof Arnhem in genoemd arrest geïntroduceerde maatstaf heeft gehanteerd, doch de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW die ook volgens ING Bank gehanteerd moet worden. Zij betogen dat het hof de juiste, terughoudende, maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW heeft gehanteerd en dat het hof zijn – in hoge mate met de feiten verweven oordeel – ook alleszins voldoende heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb5a801c6aa23e809dfaa135654ff99711b60d0cdf071712368dd0d74a2ac15, en de alinea staat in dat document op bytes 35544 tot 36605.