Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.8.2 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.

Uit de daarop volgende toelichting blijkt dat het hof in de verkopen van de panden voor minder dan het volle pond géén “overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te bevoordelen”, zoals in art. 47 Fw wordt gezegd, ontwaart. Voor [betrokkene 1] waren de transacties een middel om alsnog meer te krijgen voor de panden dan bij de eerdere verkoop ervan (rov. 4.2.6, derde volzin). Anders gezegd, bij hem zat niet de samenspanning voor waarop art. 47 Fw ziet. [eisers] werkten mee om een voordeel te krijgen; maar dat is volgens het hof onvoldoende grond voor de conclusie dat [betrokkene 1] en [eisers] door de verkoop van de panden [eisers] boven andere crediteuren van [betrokkene 1] hebben willen bevoordelen (rov. 4.2.6, vierde volzin). Daarmee verwijst het hof naar het vereiste voor samenspanning, dat óók bij de schuldenaar het oogmerk moet hebben voorgezeten door de betaling deze schuldeiser boven andere schuldeisers te begunstigen. Het feitencomplex rechtvaardigt volgens het hof dus niet de conclusie dat is voldaan aan dit specifieke element van art. 47 Fw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 59287 tot 60585.