Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.

Deze klacht faalt naar mijn mening. Het hof heeft de gang van zaken rond deze andere panden als zodanig niet als een bijzondere omstandigheid in het kader van de beoordeling van de onrechtmatigheid van de verkoop van [d-straat 1] en de [c-straat 1-2] aangemerkt. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 4.2.8 wel gewicht toegekend aan het oordeel in rov. 4.2.5, dat de trits terugkoop-wederverkoop-meerprijsafspraak geschiedde met de ‘intentie van [eiser 1] en en [betrokkene 1] om alles in het werk te stellen om gelden en/of voor verhaal vatbare zaken uit handen van crediteuren van [betrokkene 1] te houden’. Die intentie leidde het hof in rov. 4.2.5 af uit verklaringen, feiten en omstandigheden die deels betrekking hebben op de transacties ten aanzien van de panden [d-straat 1] te Voerendaal en [c-straat 1-2] te Maastricht (onderwerp van de grieven 3 en 4) en deels op de transacties ten aanzien van de panden aan de [e-straat 1] te Kerkrade en de [a-straat 1-2] te Vaals (onderwerp van grief 2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 67871 tot 68922.