Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.

Uitgangspunt van art. 237 Rv is dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, in de kosten wordt veroordeeld. De rechter moet daartoe ambtshalve overgaan. Voor zover in deze zaak van belang, mogen de kosten geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. In dat kader dient het petitum van de dagvaarding te worden vergeleken met het dictum van het vonnis. Dit artikel is op de voet van art. 353 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. Buiten de in art. 237 Rv genoemde gevallen, mag er niet worden gecompenseerd. Volgens vaste jurisprudentie staat de beslissing over de vraag of, en zo ja op welke wijze, de kosten zullen worden gecompenseerd indien partijen over en weer op enige punten in het ongelijk zijn gesteld, ter vrije beoordeling van de rechter die over de feiten oordeelt en kan deze beslissing in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 95612 tot 96894.