Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014
Onder 1.4.3 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.
“4.3.1. In zijn vordering onder 4 vordert de curator wegens onrechtmatig handelen schadevergoeding nader op te maken bij staat. Naar het oordeel van het hof kan de wegens voormeld onrechtmatig handelen van [eisers] geleden schade echter reeds aanstonds worden vastgesteld en dient die schadevergoeding ex aequo et bono te worden begroot. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij de voorlopige getuigenverhoren hebben verklaard dat tussen [betrokkene 1] en [eiser 1] is afgesproken dat [betrokkene 1] boven de in de aktes vermelde verkoopprijzen 50% van de meeropbrengst van de panden bij doorverkoop zou ontvangen. Het hof neemt daarbij verder in aanmerking dat van een aan [betrokkene 1] al gedane extra betaling van € 40.000,= of € 50.000,=, zoals volgens [eisers] zou zijn gedaan, niet is gebleken. Alleen [eiser 1] heeft bij zijn verhoor als getuige bij het voorlopig getuigenverhoor in die zin verklaard. Enig detail over waar en wanneer hij dit bedrag zou hebben betaald en in hoeverre hij dit namens Kameleon dan wel zichzelf zou hebben betaald, is door hem echter niet gegeven, anders dan dat hij bij de comparitie in eerste aanleg heeft verklaard dat een bedrag van € 25.000,= contant zou zijn betaald en dat eenzelfde bedrag zou zijn voldaan door voldoening van bepaalde aan [betrokkene 1] gerichte facturen. Bij conclusie van antwoord (onder 13) is door [eisers] overigens gesteld dat [betrokkene 1] bij de verkoop van beide panden een bedrag in contanten zou hebben ontvangen. De verklaringen van [eiser 1] worden verder niet met enig bewijsmiddel gesteund. [eisers] hebben bij memorie van antwoord weliswaar verwezen naar een door hen als productie 10 bij memorie van antwoord overgelegde schriftelijke verklaring van [betrokkene 6] d.d. 1 juni 2012, waarin [betrokkene 6] verklaart over een vijftal gelegenheden waarbij [eiser 1] aan [betrokkene 1] geldbedragen tot een totaal van € 180.000, = ter hand zou hebben gesteld en [betrokkene 1] daarvoor kwitanties zou hebben afgegeven, doch naar die verklaring verwijzen Krimat en [eisers] in verband met de door hen gestelde geldleningen van Krimat aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Die verklaring is voor de gestelde contante betaling voor de gekochte panden daarom niet relevant. Bovendien is door de curator bij het pleidooi in hoger beroep nog een verklaring van voormelde [betrokkene 6] d.d. 8 oktober 2012 overgelegd, waarin deze verklaart dat zijn verklaring d.d. 1 juni 2012 niet juist is en dat hij [eiser 1] nimmer contant gelden aan zijn zwager en zus heeft zien geven. Naar het oordeel van het hof is de stelling van [eisers] dat zij voor de panden al enig extra bedrag boven de in de leveringsaktes genoemde koopprijzen voor de panden en de roerende goederen aan [betrokkene 1] hebben voldaan dan ook niet komen vast te staan. Door [eisers] zijn evenmin voldoende concrete feiten en omstandigheden hebben gesteld, die indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat voor een nadere bewijsopdracht op dit punt geen aanleiding is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 33243 tot 36319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af | shasum -a 256