Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.4.2 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.

HR 16 juni 2000 (Van Dooren q.q./ABN AMRO I), waarop het middel zich beroept, betrof de vestiging in december van een recht van hypotheek ten gunste van de bank (die in november 1993 nog extra krediet had verleend) kort voor het faillissement. Volgens het hof was ten tijde van hypotheekvestiging nog geen sprake van wetenschap van de faillissementsaanvrage in de zin van art. 47 Fw omdat het faillissement toen nog niet was aangevraagd (rov. 3.4.2) en was geen sprake van een onverplichte rechtshandeling in de zin van art. 42 Fw omdat de latere failliet zich bij de kredietverlening in november had verplicht tot het verstrekken van deze zekerheid (rov. 4.7.2). Van bijzondere omstandigheden die het gedrag van de bank onrechtmatig zouden maken was volgens het hof niet gebleken, nu de curator zich had beperkt tot de feiten van het stellen van zekerheid op de dag van aanvrage van een faillissement (art. 47 Fw) en een onverplichte handeling in de wetenschap van benadeling van schuldeisers (art. 42 in verbinding met art. 43 Fw). Uw Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 48367 tot 49432.