Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:675.

Naar mijn mening leest het middel te veel in het arrest Van Dooren q.q./ABN AMRO I als daaruit zou worden afgeleid dat steeds wanneer (tegen dezelfde persoon) op basis van een bepaald feitencomplex een vordering ex art. 42-47 Fw en een vordering ex art. 6:162 BW wordt gebaseerd, en de vordering ex art. 42-47 Fw wordt afgewezen, dus ook de vordering ex art. 6:162 BW moet worden afgewezen. Het is immers denkbaar dat het (gestelde) feitencomplex enerzijds onvoldoende is toegesneden op specifieke elementen van de pauliana (in zoverre is te weinig gesteld of vast komen te staan voor paulianeus handelen in de zin van art. 42-47 Fw), maar anderzijds wel voldoende is voor het oordeel dat onrechtmatig is gehandeld. Dat laatste impliceert dat er ter zake van de onrechtmatige daad meer of andere feiten zijn (gesteld) dan slechts de feiten die minimaal nodig zijn voor een geslaagd beroep op art. 42 of 47 Fw. Dat zijn de ‘bijkomende omstandigheden’ in de zin van het arrest Van Dooren q.q./ABN AMRO I. Een dergelijk geval doet zich hier naar mijn mening voor. Ik licht dat toe. Daaruit blijkt dan tevens waarom ik het middel niet volg in de stelling, dat de feitelijke gronden waarop de toewijzing van de pauliana-vorderingen zijn gebaseerd niet verschillen van de feitelijke gronden waarop de onrechtmatige daad is gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5281e8da9f9ebba040c74f20ce176663564fca028ff77550dbc00eee3521f4af, en de alinea staat in dat document op bytes 54349 tot 55821.