Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.
De Vpb-1969-wetgever heeft de invulling van de in die wet genoemde subjectieve vrijstellingen aan de Kroon overgelaten omdat aldus sneller zou kunnen worden ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen. Voorts heeft hij onder meer de - zoals bleek reeds daarvóór bestaande - vrijstelling voor instellingen die genezing of verpleging van zieken, kraamvrouwen of gebrekkigen ten doel hebben, aangescherpt: anders dan voorheen, en anders dan in bijvoorbeeld art. 5(1)(b) Wet Vpb 1969 nog steeds is bepaald voor pensioenlichamen (“… die zich ten doel stellen …”), sluit de vrijstelling voor zorginstellingen sinds 1969 niet meer aan bij het doel van de instelling (het “zich ten doel stellen” is uit de wet verdwenen) maar bij haar feitelijke werkzaamheid (werkzaamheidstoets). De Memorie van Toelichting (MvT) vermeldt daarover:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 49604 tot 50521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6 | shasum -a 256