Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 5.7 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.
Noch de parlementaire behandeling van het oorspronkelijke art. 5 Wet Vpb, noch de parlementaire behandeling van de wijziging per 2012 laat zich uit over eventuele winst tot het behalen waarvan de statuten weliswaar de mogelijkheid open laten, maar die feitelijk niet behaald wordt (laat staan bestemd wordt), zoals de in belanghebbendes statuten genoemde winst uit deelneming of financiering, welke bezigheden de belanghebbende feitelijk niet heeft ondernomen in 2006. De vraag rijst dus of de delegatiebepaling in art. 5(1)(c) Wet Vpb de regering machtigt om te eisen dat de statuten van het vrijstelling wensende zorglichaam óók uitsluiten dat vooralsnog imaginaire winst uit statutair mogelijke en door Wet noch Uitvoeringsbesluit verboden, maar vooralsnog niet-bestaande activiteiten bestemd wordt voor andere doeleinden dan een algemeen maatschappelijk doel of een vrijgesteld lichaam. Het citaat in 5.6, waarin de regering zegt dat het ook daarvóór al zo was, gaat alleen over de feitelijke bestemming van feitelijk (wél) behaalde winst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 57959 tot 59055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6 | shasum -a 256