Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Onder 8.2 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.

Uit de onderdelen 5.3 - 5.6 volgt mijns inziens dat de door de gedelegeerde wetgever nader te stellen nadere voorwaarden moeten c.q. mogen dienen om zeker te stellen dat (i) de werkzaamheden van het lichaam nagenoeg geheel (90% of meer) zorgverlening inhouden, (ii) die werkzaamheden overeenstemmen met de doelstelling van het lichaam (die dus logischerwijze eveneens voor minimaal 90% zorgverlening moet inhouden), (iii) dat van de vrijstelling geen gebruik kan worden gemaakt voor niet-kwalificerende doelen en (iv) dat de concurrentie niet verstoord wordt. Stellig kan een winstbestemmingseis – naast de wettelijke werkzaamhedentoets - daartoe dienstig zijn. Minder goed valt in te zien waarom die eis zó ver zou moeten gaan dat de redactie van de statuten van het lichaam óók moet uitsluiten dat feitelijk niet-gemaakte winst uit feitelijk niet-ondernomen activiteiten (die volgens de formele wet wél - zij het voor maximaal 10% - ondernomen mogen worden en waarvan dus niet valt in te zien waarom die dan niet in de statuten voorzien zouden mogen worden) voor andere doelen bestemd wordt dan (kort gezegd) zorgverlening, althans algemeen nut, als maar uitgesloten is dat feitelijk gemaakte winst feitelijk ten goede komt aan andere bestemmingen dan zorgverlening, althans algemeen nut. De gestelde eis lijkt dus verder te gaan dan nodig is voor de door de formele wetgever beoogde doelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 84136 tot 85618.