Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.

Ondanks een weinig consistente aanpak is de gedelegeerde wetgever met de in art. 4 Uitvoeringsbeschikking Vpb voor vrijstelling gestelde winstbestemmingseis mijns inziens niet buiten zijn gedelegeerde bevoegdheid getreden. Die eis moet voorts teleologisch aldus uitgelegd worden dat hij twee cumulatieve voorwaarden stelt: (i) eventuele winst van het lichaam (uit welke activiteit ook) moet volgens de statuten uitsluitend kunnen worden bestemd ten bate van een algemeen maatschappelijk belang of een (ander) ex art. 5(1)(c) Wet Vpb vrijgesteld lichaam en (ii) feitelijk moet behaalde winst ook daadwerkelijk uitsluitend aan één van die twee bestemmingen toevloeien. De laatste voorwaarde blijkt weliswaar niet uit de tekst van art. 4 Uitvoeringsbesluit Vpb, maar daarzonder kan de bepaling niet voldoen aan zijn ratio, i.e. voorkomen dat winst ten goede komt aan niet-kwalificerende bestemmingen en voorkoming van concurrentieverstoring. Het Hof heeft belanghebbendes statuten aldus uitgelegd dat zij niet aan de voorwaarde van statutaire uitsluiting van ‘verkeerde’ winstbestemming voldoen. Uitleg van statuten is feitelijk en daarom in cassatie beperkt toetsbaar. ‘s Hofs uitleg van de statuten is niet onbegrijpelijk. Of de belanghebbende al dan niet aan de feitelijke voorwaarde voldoet, doet dan niet ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 11222 tot 12664.