Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Onder 8.7 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.

Nu de vrijstelling gekoppeld is aan het lichaam en niet aan de activiteit (de voor-zover-benadering is geen geldend recht), is het weliswaar toegestaan, zoals blijkt uit de term “nagenoeg geheel”, om maximaal 10% niet-kwalificerende bezigheden te ondernemen (zoals deelnemen en financieren), maar is het niet toegestaan (“uitsluitend”) om welke winst dan ook (ook niet de winst uit die 10% andere activiteiten) aan niet-kwalificerende doelen te besteden (zoals aan de aandeelhoudster van de belanghebbende). Op basis van de tekst van belanghebbendes statuten en op basis van de tekst van art. 4 Uitvoeringsbesluit Vpb moet de belanghebbende dus in het ongelijk gesteld worden. Zij heeft haar statuten kennelijk gebaseerd op het door Kooy en Hoebergen (zie 7.5) gewenste recht, niet op geldend recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 90754 tot 91574.