Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:68.
Subsidiair betoogt de belanghebbende dat de RAK als collectief gefinancierd gebonden vermogen (zie voetnoot 4) uiteindelijk aan de overheid moet worden terugbetaald en daarom als vreemd vermogen moet worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat als zij de AWBZ-gelden niet correct besteed, het zorgkantoor niet meer met haar zal contracteren, waardoor zij verstoken zou raken van AWBZ-gelden en tot liquidatie zou worden gedwongen. De Inspecteur stelt daartegenover dat de RAK geen juridisch afdwingbare verplichting van de belanghebbende vertegenwoordigt en dat belanghebbendes feitelijke gedragingen er op wijzen dat zij haar gehele vermogen naar eigen inzicht kan inzetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 28370 tot 29059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de77f8a0cc7259ac0557cbbb77475da8c2eb4fa50b312d04a3f45e6a6cd86bf6 | shasum -a 256