Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:681.
De wet geeft aan de onteigeningsrechter bij het vinden van het antwoord op de vraag of kosten voor of tijdens het geding binnen redelijke grenzen zijn gebleven, een grote mate van vrijheid, terwijl het vierde lid van art. 50 Ow hem door de gebezigde bewoordingen bovendien in belangrijke mate ontheft van zijn motiveringsplicht. Naar mijn mening voldoet de door de rechtbank voor haar kostenbeslissing gegeven motivering aan de op dit vlak geldende lage eisen. De rechtbank behoefde niet elke korrel van het schot hagel dat de Gemeente had afgevuurd op de door [verweerder] opgevoerde kosten, te bespreken. Te minder hoeft Uw Raad de laarzen van de onteigeningsfeitenrechter aan te trekken en een eigen oordeel te geven over de impact van elk van de Gemeentelijke argumenten. De klacht lijkt mij dan ook ongegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b8cf0f505785d63d3baaf8932154a377d77586aad25696060ecb189cf80d33a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b8cf0f505785d63d3baaf8932154a377d77586aad25696060ecb189cf80d33a, en de alinea staat in dat document op bytes 72566 tot 73457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b8cf0f505785d63d3baaf8932154a377d77586aad25696060ecb189cf80d33a | shasum -a 256