Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:682.

Dit neemt niet weg dat ik wel begrip kan opbrengen voor de kennelijk in het verweer besloten gedachte – die door Delta Lloyd c.s. in feitelijke instanties is aangevoerd – dat het pandrecht niet kan zijn “verjaard” (lees: tenietgegaan) omdat Delta Lloyd Leven de executie daarvan reeds had ingezet . De ratio van het tenietgaan van het zekerheidsrecht op de voet van art. 3:323 BW is immers dat van de schuldeiser mag worden verwacht dat hij tijdig tot aanmaning of inning overgaat, ook al bedong hij een zekerheidsrecht. Daarop geldt een uitzondering voor vuistpand, omdat dit de pandhouder aanleiding kan hebben gegeven om stil te zitten. Zowel deze ratio als de genoemde uitzondering geven steun aan de opvatting dat (a fortiori) na het inzetten van de executie van een pandrecht (het indienen van een verzoekschrift ex art. 3:251 BW dan wel de daarop gevolgde toewijzende beschikking) dat pandrecht niet meer door verjaring van de onderliggende vordering teniet kan gaan. De pandgever weet dan dat de crediteur/pandhouder zijn (in de beschikking bevestigde) vordering serieus wil doorzetten, ook al volgen er geen aanmaningen meer. Is de pandgever een ander dan de schuldenaar, dan zal de pandgever het verjaringsverweer tegen de regresvordering m.i. moeten kunnen pareren door van de ingezette executie mededeling te doen aan de schuldenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab, en de alinea staat in dat document op bytes 32732 tot 34260.