Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:682.

De klachten van de subonderdelen 1.1 en 1.2 lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Daarbij staat voorop dat het beroep op verjaring van de vordering – en het tenietgaan van het tot zekerheid van die vordering strekkende pandrecht – in het onderhavige geval niet wordt uitgeoefend door de schuldenaar, maar door de derdenpandgevers, die in een goederenrechtelijke betrekking tot de pandhouder staan. Bij zijn oordeel over het verweer dat het beroep op verjaring de derdenpandgevers niet vrijstaat, heeft het hof, in navolging van de stellingen van Delta Lloyd c.s., als maatstaf gehanteerd dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Deze maatstaf als zodanig wordt in cassatie niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab, en de alinea staat in dat document op bytes 43550 tot 44377.