Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:682.

Genoemde norm spoort de rechter reeds in het algemeen aan tot de nodige terughoudendheid bij het beperken van de rechtsgevolgen van een wettelijke regel op grond van de redelijkheid en billijkheid. Verdedigbaar is dat hiervoor ten aanzien van de verjaringsregels temeer aanleiding is, daar de achtergrond van verjaring gelegen is in zowel de rechtszekerheid van de schuldenaar als de algemene rechtszekerheid. In het onderhavige geval gaat het om de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis (art. 3:307 BW). Het leerstuk van de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid heeft met betrekking tot verjaring echter vooral zijn uitwerking gevonden in het kader van de korte en lange verjaringstermijnen van rechtsvorderingen tot schadevergoeding (art. 3:310 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fa814c940d51b2e485a3ad13af71705344d3dc7d9ac947743a3a5ef43f783ab, en de alinea staat in dat document op bytes 44478 tot 45541.