Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 11. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.

Uit een en ander valt m.i. af te leiden dat [aanvrager] in 1984 door het gerechtshof te Amsterdam uitsluitend is veroordeeld op bewijsmateriaal dat middellijk of onmiddellijk is terug te voeren op de verklaringen en uitlatingen van [aanvrager] zelf. Ander bewijsmateriaal van zijn daderschap was er (kennelijk) niet. Daardoor is de vraag naar de betrouwbaarheid van de verklaringen en uitlatingen van [aanvrager] meer prangend dan wanneer voor de bekennende verklaring steun had kunnen worden gevonden in bewijsmateriaal uit andere bron. Hieronder zal ik ook stilstaan bij de vraag of het überhaupt mogelijk is om op basis van enkel de mededelingen van [aanvrager] te beoordelen of men van doen heeft met de realiteit of met een verzinsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 13685 tot 14440.