Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 12. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.

Thans bespreek ik allereerst de vraag of er redenen zijn om de bekentenissen van [aanvrager] te wantrouwen, voor zover deze redenen kunnen worden gevonden in de inhoud van de bekentenissen of in de persoon van [aanvrager] zelf. Of die redenen een novum kunnen bijbrengen, wil ik in het midden laten. Ik heb met dit onderwerp van bespreking iets anders op het oog. Artikel 457, eerste lid, onder c, Sv geeft een omschrijving van de grond voor herziening die doorgaans het ‘novum’ wordt genoemd. Dit betreft een aan de veroordelende rechter onbekend gegeven dat “ op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen” met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt. Naar mijn inzicht brengt de aangehaalde passage uit artikel 457, eerste lid, onder c, Sv mee dat niet alleen de relevantie en het gewicht van het nieuwe gegeven zelf moeten worden bepaald, maar dat ook een weging moet plaatsvinden van de bewijsvoering waarop de veroordeling steunt. Ik geef een voorbeeld dat appelleert aan het gezonde verstand. Indien een veroordeling zou rusten op een solide basis van bijvoorbeeld forensisch-technisch bewijsmateriaal en videobeelden, zou een nieuwe getuigenverklaring die de veroordeelde in potentie alsnog een alibi verschaft niet snel kwalificeren als een novum. In het licht van de overtuigende bewijsconstructie wettigt zij immers niet het ernstige vermoeden dat de rechter bij bekendheid met die getuigenverklaring tot een vrijspraak zou zijn gekomen. Anderzijds, indien een veroordeling zou berusten op weinig onderscheidend bewijsmateriaal is de kans (veel) groter dat dezelfde alibiverklaring erin slaagt de toegepaste bewijsconstructie te ondermijnen. Kortom, de waardering van het als novum gepresenteerde gegeven is mede afhankelijk van de draagkracht van de bewijsconstructie. Zij moeten in hun onderlinge verhouding worden gewogen. De wetgever heeft deze notie onderkend en reeds in 1899 in de wet tot uitdrukking gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 14519 tot 16578.