Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Onder 17. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.
In de derde plaats het volgende. Het mag inmiddels een algemene ervaringsregel heten dat niet alle bekentenissen in strafzaken corresponderen met de werkelijkheid. Er is dus altijd een kwade kans dat een bekentenis ‘vals’ is. Die kans is echter niet voor iedere verdachte en onder alle omstandigheden gelijk. De vraag is dus of de wijze waarop de bekentenis tot stand is gekomen invloed heeft gehad op de grootte van die kans. De vraag is ook of de mededelingen van [aanvrager] kunnen worden gewogen door hetgeen bekend is over zijn persoon en zijn persoonlijke omstandigheden in 1983/1984 in ogenschouw te nemen. Bij het onderzoek 2013/2014 is getracht die laatste vragen te beantwoorden. [aanvrager] heeft daartoe het onderzoeksteam 2013/2014 en een aan de politie verbonden psycholoog toestemming verleend tot inzage in zijn medisch dossier. Binnen het bestek van de aanvraag tot nader onderzoek van 19 maart 2013, hierboven genoemd onder 1, had [aanvrager] zich bovendien reeds (in 2011) onderworpen aan rechtspsychologisch onderzoek door dr. M. Jelicic, verbonden aan de universiteit van Maastricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 21019 tot 22140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953 | shasum -a 256