Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Onder 18. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.
vestigde voor het eerst de aandacht van de recherche op zich toen hij zich op 15 november 1981, dat wil zeggen vijf dagen na het misdrijf en twee dagen na het overlijden van [slachtoffer], op het politiebureau te Hilversum op eigen initiatief meldde als getuige. Hij verklaarde [slachtoffer] vier á vijf jaar daarvoor ontmoet te hebben in Amsterdam, waar [aanvrager] werkte als ‘schandknaap’. Hij verklaarde één keer thuis te zijn geweest bij [slachtoffer]. [aanvrager] verklaarde verder dat hij werkzaam was in verzorgingstehuis Theodotion te Laren als bejaardenverzorger en dat hij op 10 november omstreeks 10 uur opgehaald was door zijn vader die hem naar huis had gebracht. Bij navraag op 26 november 1981 bij de vader van [aanvrager] zei deze dat die mededeling van [aanvrager] niet correct was. Nader onderzoek naar het alibi van [aanvrager] is destijds achterwege gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 22313 tot 23214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953 | shasum -a 256