Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Onder 19. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.
Het onderzoek naar de moord op [slachtoffer] lag al goeddeels stil toen [aanvrager] zich ten tweeden male tot de politie wendde. Op 10 en 11 januari 1983 belde [aanvrager] (anoniem) naar de politie, eerst naar de politie te Amsterdam als een Engels sprekende man die meedeelde dat een man genaamd [aanvrager] alles zou weten over de moord op [slachtoffer]. Diezelfde dag belde hij anoniem naar de politie in Baarn met de mededeling, dat ene [betrokkene 2], wonende aan de [b-straat 1] te Baarn meer over de zaak van [slachtoffer] zou kunnen vertellen. Op 11 januari 1983 belde [aanvrager], zich [betrokkene 3] noemende en wonend op (wederom) het adres [b-straat 1] te Baarn, naar de politie in Amsterdam. Hij deelde toen mee dat hij inlichtingen zou kunnen verschaffen over de moord op een snorder genaamd [betrokkene 4] in Amsterdam en dat hij telefonisch was te bereiken op een bepaald telefoonnummer. Al snel achterhaalde de politie dat [aanvrager] zelf deze drie telefoontjes had gepleegd. Hij werd naar aanleiding daarvan uitgenodigd voor een gesprek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 23293 tot 24363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953 | shasum -a 256