Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 40. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.

[aanvrager] heeft aangevoerd dat de politie zijn bekentenis in 1983 heeft afgedwongen. Zijn bekentenis is dus niet in vrijheid tot stand gekomen, aldus [aanvrager]. Naar aanleiding daarvan heeft ook het onderzoeksteam 2013/2014 de vraag onder ogen gezien of [aanvragers] bekentenis voortvloeide uit de aanwending van ontoelaatbare pressie. Bij het horen van de betreffende rechercheurs uit het team van 1983 heeft het onderzoeksteam 2013/2014 echter geen solide indicaties gevonden voor ‘improper compulsion’. Toegegeven zij dat op basis van dergelijke verhoren hierover geen uitsluitsel kan worden verkregen. Daar staat tegenover dat [aanvrager] voorafgaande aan zijn aanhouding en bekentenis op 17 januari 1983 reeds aan enkele kennissen had verteld dat hij [slachtoffer] had vermoord. Aan één van hen, [getuige 2], heeft [aanvrager] enige tijd na de moord op [slachtoffer] met zoveel woorden meegedeeld dat hij al door de politie werd gehoord over deze zaak en dat hij voornemens was deze moord bij de politie te gaan bekennen. [aanvrager] werd op dat moment echter niet gehoord door de politie en van dwang van de zijde van de politie kon dan ook nog geen enkele sprake zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 40721 tot 42057.