Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 41. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.

[aanvragers] bekentenissen getuigen niet van daderwetenschap. Mogelijk heeft [aanvrager] kunnen beschikken over een vuurwapen, maar bevestigd is dit niet. Het tijdstip waarop de moord volgens [aanvragers] bekentenis is gepleegd komt niet overeen met het meest waarschijnlijke tijdstip ervan, maar als tijdstip van het delict is het door [aanvrager] genoemde tijdstip niet geheel uitgesloten. Bij nadere beschouwing en na kennisneming van de resultaten van het onderzoek 2013/2014 moet worden geconcludeerd dat voor de juistheid van de bekentenissen van [aanvrager] geen substantiële ondersteuning kan worden gevonden, anders dan dat hij zelf ook aan een aantal kennissen heeft verteld dat hij [slachtoffer] zou hebben vermoord. Informatie omtrent de persoon van [aanvrager] van destijds leert echter dat op basis van enkel zijn eigen uitlatingen zeer moeilijk onderscheid kan worden gemaakt tussen feit en fictie. De betrouwbaarheid van zijn bekentenissen is dan ook aan ernstige twijfel onderhevig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 42245 tot 43268.