Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 49. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.

Naar aanleiding van de TCI-informatie is in het onderzoek 2013/2014 een reeks van getuigen gehoord. Eén van hen is [betrokkene 9], de zuster van de genoemde [betrokkene 6], en in de jaren 80 gehuwd met [betrokkene 7]. In het verhoor van 20 maart 2014 wilde zij aanvankelijk niet meer kwijt dan dat het haar indertijd was opgevallen dat haar man, [betrokkene 7], zodanig onder de indruk was van de moord op [slachtoffer] dat hij van [betrokkene 8] nog een pilletje kreeg om rustig te kunnen slapen, en dit terwijl [betrokkene 7] eigenlijk niet zo snel van iets onder de indruk was. Later in het verhoor verklaarde [betrokkene 9] (zakelijk weergegeven) dat zij wist hoe ‘het’ zat. In 1991 had zij van haar broer [betrokkene 6] gehoord dat hij [slachtoffer] had doodgeschoten. Volgens [betrokkene 6] was er afgesproken dat [betrokkene 7] het zou doen, maar die durfde uiteindelijk niet. [slachtoffer] was in de keuken met de koffie bezig. Toen had [betrokkene 6] het gedaan. Het lichaam van [slachtoffer] zou als een pudding in elkaar zijn gezakt en dat ging dus niet zoals in een film, had [betrokkene 6] haar toen gezegd. Zij deden het voor geld van [betrokkene 8]. [betrokkene 8] wilde van het slachtoffer af. Volgens [betrokkene 9] is daarvoor in 1991 mogelijk ook een bedrag van ƒ 60.000,00 op haar rekening gestort. Het zou volgens haar een sponsorbedrag betreffen, afkomstig van PDM, maar dit was in werkelijkheid het geld van [betrokkene 8], aldus [betrokkene 9].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 47237 tot 48852.