Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Onder 57. Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:689.
Het voorgaande brengt mee dat ik de hiervoor bedoelde verklaringen van [betrokkene 9] en [betrokkene 10] bijbreng als gegevens die bij het onderzoek op de terechtzitting aan het gerechtshof te Amsterdam niet bekend waren en die op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de veroordeling van [aanvrager] niet bestaanbaar schijnen, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien deze gegevens bekend zouden zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een vrijspraak van [aanvrager]. Op die gronden vorder ik thans de herziening van de veroordeling van [aanvrager], die is uitgesproken door het gerechtshof te Amsterdam op 16 augustus 1984. Dat [aanvrager] schuldig is aan het misdrijf waarvoor hij is veroordeeld, acht ik onwaarschijnlijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953, en de alinea staat in dat document op bytes 54956 tot 55753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcbb1b24f4c1eb0a9eca602f7e547d73ce70b3cfbadf52d43f84d4ab5a36d953 | shasum -a 256