Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:693.

Ik, verbalisant [verbalisant 1], ben de [a-straat] in gerend. Ik hoorde dat [verdachte] op de [a-straat 1] in de woning zat. Ik rende naar de voordeur en merkte dat ik door twee mannelijke buurtbewoners werd gevolgd. Bij de voordeur zag ik dat [verdachte] in het halletje van de woning stond. Ik zag dat een vrouw bij [verdachte] stond. Toen [verdachte] mij zag, zag ik, verbalisant, dat hij schrok en dat er een schermutseling ontstond met de vrouw, waarna de vrouw omver viel. De vrouw deed vervolgens de voordeur open.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6db679654d108192c9fc3cc2a58836825e3bddf9883d3566954e787335f5ed1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6db679654d108192c9fc3cc2a58836825e3bddf9883d3566954e787335f5ed1, en de alinea staat in dat document op bytes 7703 tot 8237.